Het Verdrag van Lissabon vervangt het voorgaande zgn. Grondwettelijk Verdrag, dat per referendum in Frankrijk, Nederland (2007) en Ierland (2007)werd verworpen. De kloof tussen politiek en burger bleek te groot. Met toepassing van de mop van het groene schuurtje (zie kader) zijn de namen van de twee Verdragen gewijzigd, maar de institutionele hervormingen gelijk gebleven. Na arrogantie bij het Grondwettelijke Verdrag vertonen de regeringsleiders bij het Verdrag van Lissabon angst: regeringen durven het Verdrag niet meer per referendum aan de bevolking voor te leggen.
Het Verdrag wacht nog op een 2e positief referendumuitslag van Ierland, dat door de Europese Raad werd gepaaid met bepaalde toezeggingen (‘opt-outs’). Nederland en Frankrijk hebben inmiddels wel geratificeerd. Het wachten is dus nog op Ierland en Engeland.
Het Verdrag van Lissabon meer specifiek:
· besluiten met gekwalificeerde meerderheid op meer beleidsterreinen (w.o. justitie, politie, migratie en economische politiek);
· op bevolkingsomvang aangepaste stemmenweging in de Europese Raad;
· Europese Raad krijgt vaste voorzitter per 2,5 jaar;
· meer medebeslissingsrecht van Europees parlement (o.a. Justitie en Binnenlandse Zaken);
· EU krijgt Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid;
· nationale parlementen krijgen zgn. rode kaart bij Commissievoorstellen.